Kinderen snappen dondersgoed wat oorlog is, ouders moeten er niet omheen draaien

25-02-2022 12:53 | 7 maanden geleden Binnenland
Daniëlle Goedhart

Dit is een expertquote via ANP Expert Support
NVO
Aanleiding: Strijd om Kiev intensiveert, Russische troepen in noorden van de stad | NOS

Kinderen voelen veel meer aan dan wij doorgaans inschatten. Wat er gebeurt in Oekraïne heeft emotionele impact op volwassenen maar zeker ook op kinderen. Zij voelen spanning bij de ouder(s) haarfijn aan. Afhankelijk van de leeftijd van het kind kan het wijs zijn om als ouder duidelijkheid te geven over wat er in Oekraïne gebeurt. Zeker als het veel vragen stelt of zich zorgen maakt.

Draai er niet omheen maar houd het simpel

Let wel op, kinderen tot een jaar of 6-7 zitten in de fantasiefase, zij nemen dingen veelal voor waar aan. Het is dan wijs om het kind hierin te ontzien. Ze kunnen dit nog niet bevatten. Vanaf zeven jaar is het een ander verhaal en geldt wat mij betreft het motto: draai er niet omheen maar houd het simpel. Waarom doet Poetin dit? Omdat Poetin graag de baas speelt en meer land wil hebben. Wat eventuele economische of strategische overwegingen zijn doet er niet toe, kinderen kunnen dat vaak nog niet overzien of begrijpen.

Ouders kunnen de veiligheid van het kind benadrukken; het is ver weg (bekijk bijvoorbeeld google maps) en hij/zij is veilig. Punt. Sommige ouders hoor ik zeggen, je kunt je kind niet beloven dat het veilig is want wie weet wat er nog allemaal gebeurt. Ik adviseer om die gedachten niet te delen met een kind(erbrein). Als een kind niet meer kan leunen op het vertrouwen van de ouder is het heel lastig zich staande te houden in deze tijd. De ouder is het baken voor een kind. Als die vertrouwen heeft, dan zal het kind dat ook voelen.

Hoop en perspectief

Tenslotte is het belangrijk om ‘lichtpuntjes’ mee te nemen in het verhaal. Dit geeft hoop en perspectief. Bijvoorbeeld: de grote bazen van alle landen in Europa hebben nu straf bedacht voor Poetin zodat hij beter gaat nadenken. Of noem dat er gelukkig organisaties zijn zoals het Rode Kruis die – wanneer het kan – geld gaan inzamelen voor de kinderen daar. Misschien kun je zelf een actie bedenken, je zorgen of verdriet omzetten in iets doen voor een ander kan heel helend werken.

Dit is een expertquote van een deelnemer van de dienst ANP Expert Support. De ANP-redactie is niet verantwoordelijk voor deze quote. Zie anp.nl/experts
NVO
plaats:
Utrecht
website:
https://www.nvo.nl/

Andere quotes van deze organisatie

Meer aandacht voor culturele verschillen oplossing voor arbeidsmarktproblemen

Eén van de grootste problemen in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking is de uitstroom van zorgmedewerkers blijkt uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Door de vele vacatures (8000 in mei van dit jaar) staan er veel diensten open. Deze worden ingevuld door ZZP’ers of flexkrachten (voorheen heette dat uitzendkrachten). De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) noemt de stijging van het personeel niet in loondienst “een zeer ongewenste ontwikkeling”.

Flexmedewerkers en ZZP’ers die in de zorg werken zijn relatief vaak mannen en mensen met een migratieachtergrond blijkt uit onderzoek. Eén van de oplossingen voor het tekort aan vast personeel in de zorg aan mensen met een beperking is dus ook een beter diversiteitsbeleid van zorgorganisaties.

Kuzu (Denk) en De Haan (fractie De Haan) dienden in de Tweede Kamer al eerder een motie in waarin ze aangaven dat de zorg onvoldoende aansluit bij cliënten met een migratieachtergrond. Dit geldt automatisch ook voor zorgmedewerkers met een migratieachtergrond. Zo besteden zorgopleidingen bijvoorbeeld veel aandacht aan het kunnen reflecteren en het geven en ontvangen van feedback.

Dit zijn typisch zaken die passen bij een ik-cultuur. Mensen met een migratieachtergrond komen vaak uit een wij-cultuur. Daarnaast is er onvoldoende ruimte voor nieuwe zorgwaarden die mensen met deze achtergrond meebrengen. Bijvoorbeeld de meer vanzelfsprekende gerichtheid op familie van de cliënten.

Zorgorganisaties moeten meer inspanningen verrichten om arbeidskrachten met een migratieachtergrond aan zich te binden.

3 maanden geleden

Voor goede jeugdzorg bestaat geen standaard

De aangekondigde bezuiniging van 500 miljoen euro in de jeugdzorg zorgt voor beroering. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen keerden veel plaatselijke afdelingen van landelijke partijen zich tegen de kabinetsplannen. Jeugdwerkers uit het hele land legden op 15 maart hun werk 24 uur lang neer en trokken naar het Malieveld. De Eerste Kamer dringt nu aan op snelle duidelijkheid.

De bezuinigingsplannen houden onder andere het terugdringen van lichte jeugdzorg in, het invoeren van een eigen bijdrage en het normeren ofwel beperken van de behandelduur. Dat laatste betekent dat er van tevoren is vastgesteld dat de behandeling van een bepaald probleem niet langer mag duren dan een afgesproken aantal ‘contactmomenten’.

Een behandeling van een angstig kind bijvoorbeeld bestaat uit zes ‘contactmomenten’ en een huisbezoek. Het vastleggen van de duur van een behandeling en het werken volgens vaste behandelprotocollen doen geen recht aan de orthopedagogiek, die een weg wil wijzen in problematische opvoedingssituaties. Elk kind, elke opvoedsituatie is uniek en vraagt om ondersteuning op maat. Als tijdens de behandeling blijkt dat er meer problemen spelen of iets anders nodig is, moet daar ruimte voor zijn. De deskundige kan wel de koers bepalen, maar ouders en kind bepalen het tempo.

Het kabinet wil meer bewezen effectieve behandelvormen. De effectiviteit van een behandeling is beter te meten als iedereen die op dezelfde manier uitvoert. De vraag is alleen dan wel wat een behandeling effectief maakt.

Een onderzoek dat in dit verband vaak wordt aangehaald, is van de Amerikaanse hoogleraar psychotherapie Michael J. Lambert. Hij toonde aan dat slechts 15 procent van het succes van een behandeling kan worden toegeschreven aan de keuze voor een bepaald behandelprotocol. De mate waarin het kind of de ouder de therapeut vertrouwt en een goede relatie met hem of haar kan opbouwen, draagt daarentegen voor 30 procent bij aan succes. Door de behandelduur in de jeugdzorg te normeren, maak je het protocol belangrijker en wordt de relatie meer ondergeschikt. Hiervan is al bewezen dat dit niet effectief zal zijn.

Goede jeugdhulp vraagt om professionals die geen standaardprotocol uit de kast pakken maar voor elk kind weer opnieuw op zoek gaan naar een passende werkwijze zonder vooraf vastgestelde behandelduur.

6 maanden geleden

Kabinet kleedt zorg aan mensen met een verstandelijke beperking verder uit

In het debat op 15 februari in de Eerste Kamer over het regeerakkoord noemde Paul Rosenmöller de voorgenomen bezuinigingen op de jeugdzorg een ‘niet-onderbouwde, platte bezuiniging’. Dezelfde kwalificatie is ook van toepassing op een voorgenomen bezuiniging in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking.

Het kabinet wil behandeling van mensen met een verstandelijke beperking overhevelen van de Wet langdurige zorg (Wlz) naar zorgverzekeraarswet (Zvw). Dit is een onverstandig besluit. Behandeling moet in de langdurige zorg een vanzelfsprekend onderdeel kunnen zijn van de dagelijkse zorg. De plannen van het kabinet voor deze sector zijn niet doordacht en zullen leiden tot grote schade.

In 2017 vroeg Nieuwsuur nog aandacht voor de honderden schrijnende gevallen van mensen met een verstandelijke beperking bij wie de ‘familie niet eens in de buurt durfde te komen’. Het actualiteitenprogramma doelde hiermee op een groep complexe cliënten veelal met gedragsproblemen voor wie binnen de bestaande zorg geen plek is en die daarom veel in crisiszorg verblijft. Als minister Conny Helder (Langdurige Zorg en Sport, VVD) haar plannen doorzet, zal er opnieuw een groep schrijnende gevallen zal ontstaan.

Het gaat met veel van de complexe cliënten van destijds inmiddels goed. Het blijkt in veel gevallen dat de gedragsproblemen vooral ontstonden doordat er onvoldoende expertise aanwezig was over hoe met hen om te gaan. Dit is precies de expertise die de minister nu dreigt weg te halen.

Bureaucratie zal groeien

Het kabinet geeft als belangrijkste argument de rechtsongelijkheid. Voor mensen die niet binnen een grote zorgorganisatie wonen, is het nu minder makkelijk om toegang te krijgen tot behandeling. De oplossing van het kabinet zal echter behandeling voor iedereen moeilijk bereikbaar te maken. Daarnaast zal de bureaucratie hierdoor groeien en dat is niet te begrijpen omdat de toegenomen administratiedruk nu al de grootste ergernis is van veel betrokkenen.

Er bestaan geen complexe mensen. Er ontstaan wel complexe mensen als de omgeving niet aansluit. Daarom is het belangrijk om de expertise van behandelaars een dagelijks onderdeel te laten zijn van de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking.

7 maanden geleden

Seksueel grensoverschrijdend gedrag moet niet gezien worden als een vorm van seks

Leerkrachten willen betere lesmethodes over seksualiteit kopt het Nederlands Dagblad. De media koppen dat docenten meer aandacht willen voor seksuele vorming in het onderwijs. Dat allemaal naar aanleiding van de recente onthullingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag van bekende mensen zoals bij The Voice en Ajax. Hoewel meer aandacht voor seksuele vorming altijd een goed idee is en ik heel goed begrijp dat iedereen hier zijn kans pakt om dit onderwerp op de kaart te zetten, gaat ons dat niet helpen in het bestrijden van het seksueel grensoverschrijdende gedrag zoals dat de laatste weken in de media is. Hier is sprake van een onlogische omkering en een denkfout.

De gedachte dat seksuele vorming zal helpen in het bestrijden van seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag stoelt op het idee dat seksueel grensoverschrijdend gedrag een vorm van seks is. Dat het een vervorming is van seksueel gedrag.  En dat als mensen meer leren over seksualiteit deze vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag zal afnemen.

Niets is minder waar. Je zou ook kunnen denken: was het maar waar. Dan was de oplossing simpel en kwamen we met seksuele voorlichting een heel eind. Eigenlijk is dit de richting die we de afgelopen twintig jaar hebben gedaan. Er zijn enorm veel protocollen en richtlijnen verschenen samen met educatie programma’s. Allemaal nuttig en nodig maar niet voor dit probleem. En eerlijk gezegd heeft dat weinig opgeleverd gezien de zaken die nu in hoog tempo naar buiten komen.

Als je geslagen wordt met een hark noemen we dat ook geen tuinieren

Wat we ons moeten realiseren is: Seksueel grensoverschrijdend gedrag is geen vorm van seks, maar een vorm van grensoverschrijdend gedrag. En zolang we het zo niet adresseren komen we geen stap verder. Om het te verduidelijken deze metafoor: 'Als je geslagen wordt met een hark noemen we dat ook geen tuinieren'.

Het is niet voor niets dat we dit gedrag altijd zien bij mensen vanuit macht naar mensen die in die situatie afhankelijk zijn en in situaties en organisaties waarin machtsverschillen groot zijn. Denk aan de sport, The Voice, maar ook aan de kerk en niet te vergeten in zorgorganisaties en jeugdzorg. In de aanpak ervan zullen we het dan ook veel meer moeten zoeken in de hoek waarin we grensoverschrijdend gedrag ook op andere gebieden, zoals pesten, geweld en agressie aanpakken. Het zal moet gaan over macht en machtsverschillen. En bijzonder is dat over dit onderwerp in organisaties nauwelijks wordt nagedacht. We hebben vrijwel op ieder gebied beleidsstukken en protocollen maar op het gebied van macht en het omgaan met machtsverschillen ben ik er nog geen tegengekomen. En als we dat niet aanpakken, blijven we tuinieren.

7 maanden geleden

Met alweer een lockdown gooien we de veerkracht van onze jeugd te grabbel

Motivatieproblemen, sombere gevoelens en soms zelfs eetstoornissen en zelfverminking: een steeds grotere groep middelbare scholieren worstelt met de gevolgen van de coronacrisis. Leerlingen lijden onder het gebrek aan sociaal contact, het niet meer kunnen sporten en bijbaantjes die niet doorgaan, constateert Nieuwsuur op 22 december jl.

Veerkracht kun je leren en helpt je bij het overkomen van hele nare gebeurtenissen in je leven, dus ook een coronacrisis. Het draagt bij aan je algemene welbevinden en vormt op die manier een krachtige beschermende factor voor andere (psychische) problemen. Veerkracht kun je ontwikkelen door je te richten op zaken waar je invloed op hebt. Maar onze jeugd heeft geen enkele invloed op hun leven op dit moment. Ze moeten online les volgen en hebben daar meer hulp bij nodig. Terwijl hun ouders daar geen tijd voor hebben of niet toe in staat zijn. Zij hebben hun handen vol aan thuiswerken, zorg voor de eigen gezondheid of die van een naaste, ze proberen te dealen met de teruggelopen financiële situatie.

Een routine aanhouden is niet alleen fijn het is ook goed voor de veerkracht, want het zorgt voor structuur. Maar de structuur van het naar school gaan vervalt, de zwem- en/of muziekles kan niet doorgaan, de bibliotheek en het buurthuis moet dicht. Je mag niet sporten na 17 uur maar buiten wel of niet of wel, wat is het nu?

Veerkracht ontwikkelt zich mede dankzij gevoelens van dankbaarheid en verbondenheid. Maar de anderhalvemeterafstandregel draagt daar niet direct aan bij. Jongeren die zich daar niet aan houden en het concrete, fysieke contact met de ander nodig hebben om dat gevoel van verbondenheid te kunnen ervaren, worden scheef aangekeken. Met je vrienden even naar de bios of langs de Mac gaan, is er niet bij. Voor de ontwikkeling van onze kinderen en zeker de pubers zijn al deze aspecten essentieel.

Vanuit de jeugdhulp, jeugd-ggz en het onderwijs zien we dat de rek langzaam uit de veerkracht wegsijpelt. Het gaat niet om nog meer geld in bovengenoemde sectoren pompen, het gaat om het ontwikkelen van een visie op onze jeugd en hoe we dat verankeren in het hele spectrum van beleid van ruimtelijke ontwikkeling, onderwijs, gezondheid tot het klimaat, financiën en de rechten van het kind. We moeten daar binnenkort echt een begin mee maken. 

9 maanden geleden

Nieuw kabinet moet zich inspannen om mensen te behouden voor de gehandicaptenzorg

Het is crisis op de arbeidsmarkt van zorg en welzijn. Er wordt geschat dat er in 2030 zo’n 100.000 handen aan het bed tekort zullen komen. Dit geldt in het bijzonder ook voor de gehandicaptenzorg. Deze kampt met een slecht imago stelt de Beroepsvereniging Professionals in Sociaal Werk. Het nieuwe kabinet moet daarom niet alleen in steken op de instroom, maar ook op het behouden van mensen. Terecht, want zorgaanbieders vervreemden medewerkers door zich steeds meer als bedrijven gaan gedragen. Dat moet anders.

Vanaf de jaren negentig van vorige eeuw werd de mens met een verstandelijke beperking meer en meer gezien als een keuzebewuste burger. Dat heeft veel goeds gebracht. Maar er is ook een keerzijde.

Mensen met een verstandelijke beperking kregen steeds meer de mogelijkheid om individueel zorg af te nemen en werden daardoor minder afhankelijk van grote instellingen. Een onbedoeld negatief gevolg was dat zorgaanbieders zich steeds meer als bedrijven gingen manifesteren. Bewoners van zorginstellingen werden ‘cliënten’ en er kwamen managers, zorgproducten en inkoopovereenkomsten. Dat leidde tot steeds meer vergader- en beeldschermtijd voor begeleiders. Tijd die ze niet kunnen besteden aan de mensen voor wie ze moesten zorgen.

Liefdevolle aandacht en betrokkenheid zijn de basis van zorg. Annelies van Heijst, hoogleraar zorgethiek, introduceerde het begrip ‘menslievende zorg’. Een andere hoogleraar, Petri Embregts, zegt dat het benaderen van de zorg als een product waar mensen met een verstandelijke beperking keuzes in kunnen maken, voorbijgaat aan wat juist typerend is voor de mens met een verstandelijke beperking, namelijk dat zelf kiezen en beslissen niet gemakkelijk is voor hen. Beide hoogleraren pleiten dan ook voor een menslievende benadering. Werkers in de zorg werken daar omdat ze zich verbonden voelen door de mensen aan wie ze zorg verlenen.

De relatie tussen begeleiders en mensen met een verstandelijke beperking is een afhankelijkheidsrelatie. Juist vanwege deze afhankelijkheid is het zo belangrijk dat ouders hun kind kunnen toevertrouwen aan liefdevolle begeleiders die tijd en aandacht hebben voor hun kind en niet worden opgeslokt door de computer en de vergadertafel.

Matthijs Heijstek is orthopedagoog-generalist in de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking, en aangesloten bij de NVO. Lees ook zijn opinieartikel op: https://www.nd.nl/opinie/opinie/1072445/nadruk-op-autonomie-heeft-bedrijfsmatig-denken-in-de-zorg-verst

10 maanden geleden