Grote zorgen bij bouwbedrijven door enorme prijsstijgingen

06-05-2022 10:18 | 7 maanden geleden Binnenland
Jan van der Doelen

Dit is een expertquote via ANP Expert Support
ING
Aanleiding: Gestegen bouwkosten: 'Na jarenlang goede relaties, geen hand bij het weggaan'

De bouwkosten stijgen hard en de zorgen om behoud van rendement nemen daarom toe bij bouwbedrijven. Bouwers kunnen in deze situatie mogelijk profiteren van hun investeringen die ze sinds de financiële crisis hebben gedaan op het gebied van risicomanagement.

Bouwmaterialen zoals staal, hout en aluminium zijn in rap tempo duurder geworden. De naweeën van de coronacrisis en het Rusland-Oekraïne conflict zorgen voor verstoorde toeleverketens. Ook de energieprijzen zijn torenhoog waardoor beton en bakstenen duurder zijn geworden. Prijsstijgingen van meer dan 50% ten opzichte van een jaar geleden en gemiddeld 10% per maand komen voor.

De (hard) stijgende kosten van materiaal zijn reden tot bezorgdheid bij veel bouwers. In veel gevallen kunnen de hogere kosten nog wel worden doorberekend. Maar meer en meer zijn bouwbedrijven genoodzaakt ‘nee’ te zeggen tegen hun klanten. Vooral tegen de grotere projecten met lange en dus qua kosten onvoorspelbare looptijden. Nee zeggen kan goed zijn voor de beheersing van de risico’s, maar is slecht voor het bouwvolume. Dit is nu maatschappelijk ongewenst. Bijvoorbeeld als het gaat om het bouwen van meer woningen.

Hoewel nog steeds een verdere groei van de bouwvolumes in 2022 wordt voorzien (ING: + 2,5%), nemen de zorgen over de winstmarges toe. Het dalen van de winstmarges kan door bouwbedrijven worden voorkomen door maximaal in control te zijn over het bouwproces en de risico’s die hierin traditioneel schuilen.

Veel bouwers hebben hun risicomanagement sinds de financiële crisis verbeterd. Bijvoorbeeld door het verder digitaliseren van de interne processen en informatievoorziening. Veel bedrijven werken al met informatieplatformen om snel op de hoogte te zijn van problemen in de lopende projecten. Dat heeft sommige bouwbedrijven geen windeieren gelegd. Winstmarges met dubbele cijfers zijn daarbij geen uitzondering meer. In de huidige situatie waarin de kosten hoog oplopen kan deze eerder opgedane ervaring met risicomanagement nuttig maar vooral hard nodig zijn.

Dit is een expertquote van een deelnemer van de dienst ANP Expert Support. De ANP-redactie is niet verantwoordelijk voor deze quote. Zie anp.nl/experts

Andere quotes van deze organisatie

Biertje en uit eten gaan zullen de komende tijd flink duurder worden

De horeca heeft op dit moment te maken met flinke kostenstijgingen voor energie, inkoop, huur en personeel. Naar verwachting zullen de prijzen bij restaurants en cafés dit jaar met circa 8 procent stijgen. Dat zorgt ervoor dat uit eten gaan of een biertje drinken voor de consument een stuk duurder wordt. Bij hotels is de prijsstijging naar verwachting nog hoger, tot en met het derde kwartaal zijn ze al met 15 procent gestegen.

Door de oorlog in de Oekraïne zijn de energiekosten en de kosten voor de inkoop van producten fors gestegen. Als gevolg van het personeelstekort vragen werknemers een steeds hoger salaris, waardoor ook de kosten voor personeel toenemen. Verder zorgt de toegenomen inflatie ervoor dat verhuurders hun huren verhogen.

De horeca zal de hogere kosten grotendeels moeten doorberekenen aan de gast om marge over te houden. Vanwege de sterke concurrentie in de afgelopen jaren door de forse groei van het aantal horecazaken en verplichte sluitingen tijdens de coronapandemie staat de winstgevendheid van restaurants en cafés al langere tijd onder druk.

Als de hoge kosten voor energie, personeel, huur en inkoop lang aanhouden en de overheid onvoldoende compenseert, zullen meer horecaondernemers genoodzaakt zijn hun bedrijf te sluiten. Er is namelijk ook geld nodig om te kunnen investeren in bijvoorbeeld het up-to-date houden van de zaak en de opgebouwde belastingschulden als gevolg van corona af te lossen.

Voor een hotel is het gemakkelijker om een hotelkamer iets duurder te maken dan voor een restaurant om de prijzen van eten en drinken te verhogen. Want als een restaurant te veel kosten doorberekent worden de hamburger en het biertje te duur en laat de gast die staan.

Nu het kouder wordt zal het energieverbruik, en daarmee ook de energiekosten, toenemen. Deze kosten kunnen verlaagd worden door bijvoorbeeld de gas-terrasverwarmers uit te laten en/of elektrische verwarmingskussentjes aan te schaffen die energiezuiniger zijn. Sommige gemeenten hebben hiervoor subsidiemogelijkheden, zoals in de gemeente Overbetuwe. De gemeente betaalt de helft van de rekening als een ondernemer elektrische kussens aanschaft.

 

2 weken geleden

Industrie kan personeelstekort nu al te lijf met productiviteitsoffensief

Door een tekort aan personeel staat de technieksector onder druk. Om dit probleem het hoofd te bieden, is er sector breed een ‘aanvalsplan’ gemaakt. Onderdeel van dit plan is een ‘productiviteitsoffensief’ dat moet leiden tot meer robotisering en digitalisering van de industrie. Vooral deze productiviteitsverbetering is een belangrijk punt om op de korte termijn al stappen te zetten.

Met het 'Aanvalsplan Techniek' belooft het technische bedrijfsleven extra te investeren in de invulling van 60.000 openstaande vacatures in de bouw, de techniek en de energiesector. Naast inzetten op productiviteit willen de bedrijven de instroom van nieuw personeel verdubbelen en een grote uitstroom minimaliseren. Daarnaast wil de sector meer statushouders opleiden en inzetten en tijdelijk personeel van buiten de Europese Unie aantrekken.

Het is een krachtig meerjarenplan dat getuigt van visie. Dat de hele technieksector samenwerkt is veelbelovend. Het budget dat hiervoor wordt vrijgemaakt kan een verschil maken. Het bedrijfsleven zelf legt 500 miljoen euro in en het kabinet wordt gevraagd dit te verdubbelen. Deze funding en de tien jaar die zijn uitgetrokken geven langjarig commitment en tijd om bij te sturen om de doelstelling te halen.

Het duurt nog even voordat het plan de eerste opgeleide techneuten oplevert. Om op korte termijn de personeelstekorten terug te dringen, moeten industriebedrijven vooral focussen op productiviteitsgroei. Bij onvoldoende nieuw personeel kan via een slimme inzet van moderne technologie de productie met hetzelfde aantal werknemers worden vergroot. Een oplossing voor de korte én lange termijn.

Uit het rapport 'Groeipotentieel voor de technologische industrie' van ING blijkt dat de toegevoegde waarde die de technologische industrie produceert, de afgelopen vijf jaar gemiddeld 5 procent per jaar is gegroeid. Wanneer de sector dit tempo volhoudt, zal de toegevoegde waarde in 2030 twee keer zo groot zijn als in 2010. Hiervoor is een blijvende hoge productiviteitsgroei nodig. 

Een jaarlijkse productiviteitsgroei van 3 procent tot 2030 vraagt om 60.000 werknemers. Bij een groei van 5 procent per jaar zouden er geen extra medewerkers nodig zijn om de verdubbeling van toegevoegde waarde te realiseren. Hierop inzetten is dus cruciaal.

2 weken geleden

CO2-reductie transportsector komt in gevaar door beleid dat alleen focust op zero-emissie

Het terugdringen van de CO2-uitstoot en schadelijke stoffen zoals stikstof heeft de hoogste prioriteit. Om de Nederlandse klimaatdoelstellingen te halen staat de transportsector in Nederland voor de grote uitdaging om in 2030 70 procent CO2-uitstoot te reduceren. De focus van huidig beleid is op zero-emissie.

De instroom van elektrische vrachtauto’s gaat lang niet snel genoeg. De hoge prijs en beperkte actieradius zijn de knelpunten van dit moment. Ook is de infrastructuur voor energievoorziening zoals laadpalen nog lang niet overal geregeld.

Om de reductiedoelstelling te behalen, is voor de transportsector om vaart te maken beleid nodig dat verder gaat dan de focus op zero-emissie. Immers ook als het doel van 16.000 elektrische voertuigen in 2030 wel gehaald wordt, bestaat 90 procent van het Nederlandse vrachtwagenpark uit brandstofmotor aangedreven voertuigen. En dat terwijl er groot onbenut potentieel is voor CO2-reductie door brandstofbesparing en efficiency.

Om snelle meters te maken voor verduurzaming van het transport is een tweesporenbeleid nodig dat bestaat uit 1. Zero-emissie beleid en 2. Brandstof-efficiency beleid in de ruimste zin van het woord met aandacht voor emissiearme alternatieve brandstoffen en - aandrijvingen zoals Biodiesel en Plug-in-hybrides.

Als we dat niet doen, dan loopt verduurzaming in het transport onnodige vertraging op. Veel transportondernemers weten door de hoeveelheid aan informatie niet goed welke stappen zij moeten zetten in de transitie naar zero-emissie. Ook zijn er vrachtautomerken die nieuwe zero-emissievoertuigen presenteren alsof deze vrachtwagens direct en in grote aantallen leverbaar zijn. Dat is nog niet het geval. Ook bij beleidsmakers is nog veel kennisgebrek over zero-emissie.

Diverse technische rapporten laten de verwachting zien dat elektrische transportvoertuigen in de toekomst steeds beter gaan presteren, bijvoorbeeld op het gebied van actieradius en laadsnelheid. Maar omslagpunten worden niet alleen door techniek bepaald. Het gaat ook om werkelijke beschikbaarheid van voldoende materieel op de lange termijn, bereidheid van opdrachtgevers voor elektrische transportvoertuigen te betalen en de mogelijkheid om elektrisch te kunnen laden.

Als vervolgens op basis van verkeerde veronderstellingen en inschattingen regelgeving wordt gemaakt, wordt het klimaatdoel van CO2-reductie in zeven jaar niet bereikt. Hierdoor krijgt de transportsector te maken met ongerealiseerde eisen die in grote risico’s voor de sector en individuele bedrijven kunnen uitmonden.

Een tweesporenbeleid kan ervoor zorgen dat het reductiedoel behaald kan worden. Met daarin handelingsperspectief voor zowel beleidsmakers als ondernemers en overeenstemming over de feiten en cijfers.

2 weken geleden

De prijs van boodschappen gaat nog verder omhoog voor de consument

De boodschappen zijn ten opzichte van vorig jaar oktober 14 procent duurder geworden. Eerder dit jaar gaf de brancheorganisatie Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) al aan dat de productiekosten van levensmiddelen tot wel 30 procent kunnen oplopen. Dat is niet terug te zien in de gemiddelde prijzen in de supermarkten. Een deel van de kostenverhoging gaat ten laste van de eigen marge en een deel wordt verspreid over het hele assortiment om zo de totale prijsstijging voor de consument zo laag mogelijk te houden. Maar die rek is er inmiddels wel uit. Ook zijn de contractonderhandelingen voor volgend jaar al gestart. De consument zal nog meer gaan betalen voor de boodschappen is onze verwachting op basis van eigen cijfers.

Alleen al voor de energielasten heeft ING berekend dat deze in 2022 kunnen oplopen van 2 procent tot wel 10 procent van de totale productiekosten. Er komen ook andere kostenstijgingen bij voordat een product in het supermarkt schap belandt. Bijvoorbeeld de kosten voor grondstoffen, verpakkingen, transport en personeel. Zo resulteren de cao-onderhandelingen steeds vaker in forse loonsverhogingen. Ook gaat het minimumloon in 2023 met 10 procent omhoog.

Leveranciers en supermarkten onderkennen dat de prijzen transparant moeten zijn. Een transparante onderbouwing van de eigen kostenontwikkeling vanuit leveranciers is het begin van een ander gesprek met de supermarkt. Zeker naarmate de periode van hoge inflatie langer duurt. Natuurlijk speelt daarbij ook hoe essentieel een leverancier is voor zijn afnemer. Gaat het om één product of om een palet aan producten.

In deze tijd van hoge inflatie is het niet langer uit te leggen dat kostenstijgingen bedrijfseconomisch gezien eenzijdig worden tegengehouden en deze vanuit de machtpositie van supermarkten bij een zwakkere schakel in de keten worden neergelegd. Dat is niet houdbaar, ook al gebeurt dat binnen lopende contracten. Uitzonderlijke omstandigheden vragen om onconventionele oplossingen. Een open dialoog tussen leveranciers en supermarkten is daarin een belangrijke voorwaarde.

3 weken geleden

Werkgeluk moet voorop staan om uitstroom zorgpersoneel tegen te gaan

De spanningen op de arbeidsmarkt nemen toe. Zo is de uitstroom van zorgpersoneel momenteel groter dan de instroom. De werkdruk neemt daardoor verder toe in de zorg. Steeds meer zorgmedewerkers willen meer autonomie, vooral als het gaat om de roosters, en gaan daarom zelfstandig werken. Als zzp’er kan je namelijk zelf bepalen wanneer je werkt. De keerzijde van de medaille: de werkgever is veel duurder uit bij het inhuren van personeel.

De vraag is nu of deze toename van zzp’ers in de zorg te voorkomen is. Waarschijnlijk wel als zorgaanbieders op een andere manier hun HR-beleid inrichten en uitvoeren. Naast meer autonomie blijkt plezier in je werk de belangrijkste waarde voor werknemers te zijn. Werkgeluk zal een integraal onderdeel moeten gaan vormen van het zorgpersoneelsbeleid.

Een moderne vorm van werkgeverschap met voldoende opleidingen en doorgroeimogelijkheden is noodzakelijk om zorgmedewerkers structureel aan de zorgorganisatie te binden. Bij het moderne werkgeverschap horen ook tools zoals de organisational health index, een employee pulse check en een Wellbeing survey. Als organisatie zal je samen met je medewerkers aan de slag moeten gaan met de uitkomsten van deze tools. Een mooi voorbeeld van het investeren in werkgeluk is het programma “Iedereen VIP” van het Meander Medisch Centrum in Amersfoort. In dit programma kunnen medewerkers hun vitaliteit en conditie verbeteren, waarbij zij ondersteuning krijgen en gezien worden door hun werkgever.

Zorgmedewerkers hebben behoefte aan meer autonomie en vrijheid om hun werk uit te voeren. Voor zorgaanbieders is het behouden van het eigen personeel van groot belang. Het is zaak om deze twee uiteenlopende wensen dichterbij elkaar te brengen door zorgmedewerkers mee te laten beslissen over de invulling van hun werk. Het is noodzakelijk dat de privé-werk balans van medewerkers goed in evenwicht wordt gehouden om de uitstroom van personeel tegen te gaan. Daarbij is het van belang dat het werkgeluk van medewerkers herkenbaar en volledig wordt erkend door werkgevers.

Een flexibele schil rond het vaste personeelsbestand is al jarenlang vanzelfsprekend in de zorg. Om een te groot aandeel aan inhuurpersoneel te voorkomen, is het nodig om nu ook de inzet van de eigen medewerkers te flexibiliseren. Met inzet van modern werkgeverschap zullen zorgorganisaties in staat blijken hun medewerkers beter aan zich te binden.

3 weken geleden

Consument let steeds beter op prijs boodschappen en koopt daardoor minder biologisch

De hoge inflatie zorgt momenteel voor minder vraag naar biologische producten. De consument let steeds beter op de prijs van de boodschappen. Zowel de afzet in Nederland als de export naar het buitenland krimpt. Biologische producten zijn over het algemeen duurder en dat zorgt nu voor een dalende vraag.  De ambitie vanuit de Europese Green Deal, 25 procent biologische landbouwgrond in 2030, lijkt hierdoor steeds verder uit beeld te raken.

Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat er nog een kleine groei is in het aantal Nederlandse biologische bedrijven. Waar in 2017 nog ruim 150 agrariërs de overstap naar biologisch maakten, is dat aantal dit jaar inmiddels gedaald tot minder dan 100. Deze daling komt met name doordat er minder vraag is naar biologische akkerbouwproducten zoals aardappelen, uien en wortelen. Producten die ook veel in Duitsland worden afgenomen. Maar de groei van eigen biologische productie in Duitsland in combinatie met de vraaguitval naar biologisch zorgen nu voor een overaanbod. Hierdoor is de opbrengst van biologische productie voor agrariërs op dit moment niet meer lonend. Er komen dan ook steeds meer signalen dat biologische agrariërs weer omschakelen naar gangbare landbouw om toch inkomsten te krijgen.

Ondanks de dalende vraag naar biologisch, kunnen biologische zuivelproducten nog wel rekenen op een groeiende belangstelling onder consumenten. Dit komt vooral doordat supermarkten steeds meer biologische zuivelproducten aanbieden. Bij supermarkt PLUS is sinds september het volledige zuivelvak zelfs biologisch met daarbij de gangbare zuivelprijzen. De prijs die biologische melkveehouders momenteel ontvangen is nagenoeg gelijk aan die van gangbare melk. Daardoor ontbreekt bij reguliere melkveehouders een financiële stimulans om over te schakelen naar biologische productie. De hogere kosten voor biologische bedrijfsvoering worden niet vergoed door de markt. Als deze situatie niet verandert, zullen steeds minder agrariërs de overstap naar biologisch maken en zal de doelstelling vanuit de Europese Green Deal niet behaald worden.

1 maand geleden